Rijbewijs C terugbetalen: waarom de bestaande functie het verschil maakte

← Rechtspraak uitgelegd

Rechtspraak uitgelegd

Rijbewijs C terugbetalen: waarom de bestaande functie het verschil maakte

Laatst gewijzigd 27 augustus 2026

De terugbetaling draaide niet alleen om het behaalde rijbewijs

Of een opleiding voor rijbewijs C onder de kosteloze verplichte scholing valt, hangt niet alleen af van het rijbewijs zelf. Van belang is ook voor welke functie de opleiding wordt gevolgd: voor werk dat de werknemer al uitvoert, of als kwalificatie voor een toekomstige functie. Dat onderscheid stond in deze zaak centraal.

De vraag was daarom niet alleen of rijbewijs C nodig is om een vrachtwagen te besturen, maar of deze werknemer het rijbewijs nodig had voor het werk dat hij op dat moment al moest verrichten. Hij werkte als bijrijder en werd tijdens de opleiding niet ingezet voor werkzaamheden waarvoor rijbewijs C vereist was.

De kantonrechter kwalificeerde de opleiding daarom als startkwalificatie voor een toekomstige chauffeursfunctie. De wettelijke regel dat verplichte scholing kosteloos moet worden aangeboden, maakte het studiekostenbeding in deze zaak volgens de rechter niet ongeldig.

Waar blijkt dit uit?

Het doel van de opleiding bepaalde de juridische betekenis

De betekenis van de opleiding zat niet in het soort opleiding alleen, maar in de combinatie van functie, initiatief en doel. Dezelfde opleiding kan in een andere werksituatie anders worden beoordeeld. Wanneer een werkgever rijbewijs C verlangt voor werk dat een werknemer al moet uitvoeren, kan de analyse dus anders uitvallen dan bij iemand die de opleiding volgt om later naar een chauffeursfunctie door te groeien.

Het vonnis geeft daarom geen algemene regel dat opleidingskosten voor rijbewijs C altijd op een werknemer kunnen worden verhaald. Het oordeel bleef verbonden aan de bestaande functie, het doel van de opleiding en de werkzaamheden die tijdens de opleiding werden opgedragen.

Waarom woog dit mee?

Ook het afgesproken bedrag stelde een grens

Ook wanneer een studiekostenbeding in een concrete zaak standhoudt, bepaalt de overeenkomst mede welk bedrag kan worden teruggevorderd. De werkelijk betaalde facturen vormden hier niet automatisch de grens, omdat in de overeenkomst een lager totaalbedrag stond.

Het studiekostenbeding dat in deze zaak standhield, gaf de werkgever niet zonder meer recht op alle betaalde facturen. De duidelijke afspraak over het totale opleidingsbedrag bepaalde mede hoeveel kon worden teruggevorderd.

Bekijk de onderbouwing.

Welke vraag blijft voor de transportpraktijk over?

De analyse roept voor de eigen praktijk één concrete vraag op: kunnen wij vóór de start laten zien welke huidige of toekomstige functie met de opleiding wordt beoogd, wie het initiatief nam en welk bedrag eventueel moet worden terugbetaald?

Daarbij blijft voorzichtigheid nodig. Dit was een verstekzaak: de werknemer verscheen niet en voerde geen verweer. Het gaat bovendien om één vonnis van een rechtbank in eerste aanleg. De uitspraak zegt niet dat ieder studiekostenbeding voor rijbewijs C, CE of Code 95 geldig is.

Welke uitspraak is geanalyseerd?